Graf Frederik Marius Bogaard

Rijksmonument per 2001. Het grafmonument uit het eind van de negentiende eeuw is van kunsthistorische waarde mede vanwege het opvallende baldakijn en het neogotische hekwerk. Het graf behoort aan Marius Bogaardt (1880), de eerste ontvoering van een kind in Nederland.

Marius werd op school afgehaald door een onbekende man namens zijn vader. Toen het kind niet thuis kwam, stuurden de ouders de staljongen op onderzoek uit. Om acht uur werd een brief besteld met de volgende zinsnedes: “Geachte heer. Daar ge uw zoon wel zult misschen, maak ik van papier gebruik om u zijn wegblyven op te helderen. Hij is in bewaring genomen door een wanhoopig man die u uit het verleden nog kent. Ik moet mijne zaken redden, ge zoudt er mij goedwillig geen geld genoeg toe geven, daarom doe ik het zoo. Ik heb 75.000 Gld noodig”. “Ge zult er niemand iets van Zeggen, want als ik bemoeielijkt word, dan dood ik U zoon dadelijk. Poog niet iets te ontdekken, want ge kunt niets snappen en ’t in Kennis stellen van de politie zou U zoon dooden, om dat ik dan ’t geld niet onbemoeielijkt zal krijgen”.

De dienstbode werd naar de afgesproken plek gestuurd met een schort vol papiergeld, 75 biljetten van duizend gulden, maar kwam onverrichter zake terug. Zij had niemand gezien. De politie spoorde de koetsier van de vigilante op, hij had de man en het kind naar een plaats achter Zorgvliet gereden. Met het doorzoeken van het Haagse Dekkersduin, werd het kind door enkele veldwachters dood gevonden. De moordenaar is getraceerd doordat een oud-collega het handschrift herkende van de dreigbrief, die was vermenigvuldigd in lithografie en was bijgesloten bij Haagse kranten. Tegelijkertijd verdacht de befaamde schrijver Multatuli (uitgave Max Havelaar 1860) zijn eigen zoon van de moord. De ontzetting in Nederland, in Den Haag en in huize Bogaardt is enorm groot. De ouders zijn tot hun dood in de rouw gebleven. Larmoyante liederen zijn geschreven en gezongen. Marius is onder overweldigende belangstelling begraven in Den Haag. Een half jaar later is hij overgebracht naar Brummen. Daar is een indrukwekkend mausoleum gebouwd, inmiddels een monument. De toedracht van de moord op Marius blijft tot op de dag van vandaag een mysterie, omdat vele losse eindjes niet zijn uitgezocht en vele vragen onbeantwoord zijn gebleven. Was de moordenaar een onecht kind van Bogaardt?! Meer over de moord op Marius en de behandeling van de zaak door het Gerechtshof kunt u lezen in het boek De moord in Dekkersduin van Henry A. Ett (1951) of het boek Résidence Louise Inrichting van Piet Willemsens (2007).

Het gezin Bogaardt. In 1873 keerde Frederik Bogaardt terug uit Nederlands-Indië met vrouw en drie kinderen. Bogaardt trok zich terug uit het Indische handelsleven om een landbouwkundig bestaan op te bouwen voor zijn zoon, die geen sterke gezondheid had en dus beter in Nederland kon wonen. Bogaardt was puissant rijk en kocht een van de prachtige villa’s van het Willemspark in ’s-Gravenhage, Plein 1813 nummer 3. Enkele jaren later kocht hij voor zijn telg het domein Den Engelenburg in Brummen, destijds ruim 250 hectare groot (2,5 km x 2,5 km). De Engelenburg is een oud landgoed, de eerst bekende eigenaar was Jacob Schimmelpenninck van der Oye, 1591. Bogaardt deed diverse aankopen, veel boerderijen langs de Eerbeekseweg, tot aan het Kanaal toe. Hij was de hoogst aangeslagene in de belasting. Het gezin bestond uit vader, moeder, dochter Louise, dochter Julie en zoon Marius. Na de moord op de 13-jarige Marius verhuisde het gezin van Den Haag naar Brummen. Ze leefden een sober bestaan in het teken van zware ernst. Een inwoner van Brummen vertelt: “Kinderen op weg naar school mochten niet langs mijnheer Bogaardt heen lopen, ze moesten achter hem blijven, ook al kwamen ze daardoor te laat op school. Dat was niet alleen vanwege het verdriet dat die oude mijnheer had, maar ook uit onderdanigheid, hij was een hoge piet”.

Bezoek adres: Prinses Irenelaan 2, 6971 GK Brummen.

Routes Visit Brummen Eerbeek